Advies decreet vervoersautoriteit

advies op vraag
Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken
Lydia Peeters

In dit advies stelt de raad vast dat het ‘ontwerp van decreet betreffende de vervoersautoriteit’ een kort oprichtingsdecreet is. Veel strategische beleidskeuzes zoals de regietaken en werking, het beheer en toezicht op de vervoersautoriteit moeten nog uitgewerkt worden in een uitvoeringsbesluit.

Uit de nota met verduidelijkende antwoorden van het kabinet van minister Peeters en het departement MOW blijkt dat het de bedoeling is om het uitvoeringsbesluit snel goed te keuren na de finale goedkeuring van het decreet door het Vlaams Parlement. Daarom formuleert de Raad in dit advies geen opmerkingen op het oprichtingsdecreet, maar geeft hij een aantal suggesties mee om mee te nemen bij de verdere vormgeving van de vervoersautoriteit en het uitvoeringsbesluit.

Het uitvoeringsbesluit moet voor de MORA aangeven hoe de tactische rol van de vervoersautoriteit zal worden ingevuld en welke verantwoordelijkheden en taken toebehoren aan de Vlaamse Regering, het strategische en operationele regieniveau.

Volgende principes worden best meegenomen bij de verdere concretisering van de vervoersautoriteit als contractbeheerder:

  • De reiziger moet centraal staan.
  • De vervoersautoriteit moet er op toezien dat alle modi hun rol spelen binnen het mobiliteitsnetwerk maar de operationele vrijheid laten aan de operatoren.

De MORA ziet volgende taken die moeten worden meegenomen bij de vormgeving van het uitvoeringsbesluit:

  • De vervoersautoriteit moet er mee op toezien dat de vervoerslagen optimaal op elkaar zijn afgestemd, dat tarieven en tickets maximaal zijn geïntegreerd en de reiziger toegang heeft tot gebundelde reisinformatie. Dit impliceert dat de vervoersautoriteit samenwerking en afstemming moet faciliteren tussen beleidsdomeinen en – niveaus.
  • De vervoersautoriteit zal als beheerinstantie fungeren van het openbaar vervoer in Vlaanderen en heeft voor de MORA een belangrijke monitoring- en rapporteringstaak over de organisatie en prestaties van het openbaar vervoer. Om de monitoring en kwaliteitsbewaking efficiënt te laten verlopen, moet de vervoersautoriteit toezien of de ‘key performance indicators’ en ‘service levels’ worden behaald.
  • De MORA wil de tweedelijns klachtenafhandeling bij de Vlaamse Ombudsdienst houden. Deze taak toewijzen aan de vervoersautoriteit zal immers verwarring creëren bij de reiziger die zijn weg al zal moeten vinden in de vele veranderingen die basisbereikbaarheid met zich zal meebrengen.
  • Voor de MORA is het mobiliteitsindiceringsproces niet louter een taak van de vervoersautoriteit. De Raad vraagt om het huidige proces te evalueren en samen met de experten van o.a. de betrokken beleidsdomeinen Welzijn en Onderwijs, van NOOZO - de Vlaamse adviesraad voor & door personen met een handicap -, enz. tot een mobiliteitsindiceringsproces te komen waarbij de doelgroepreiziger centraal staat.